Hieronder staat alvast een stukje uit mijn boek. Om je een idee te geven waar het over gaat, en om je kennis te laten maken met mijn schrijfstijl:
Ze wilde zo graag dat ze het allebei kon: niet-eten en tegelijkertijd naar school, sporten, werken, leven, lachen, genieten, etc. Maar dat kon niet. Althans, mensen vonden dat het niet goed voor haar was en verboden het. Het leek soms wel of haar eetstoornis iemand was waar ze verliefd op was. Terwijl ze mishandeld werd door hem, vond ze het moeilijk om bij hem weg te gaan, hem in de steek te laten. Omdat ze bang was voor de eenzaamheid, de onzekerheid. Alle dingen die ze van hem kreeg, alle liefde, alle veiligheid overschaduwden de pijn en angsten die ze telkens ervoer.
Iets in haar haatte haar eetstoornis, maar het was zo moeilijk om aan die haat toe te geven. Yentl was zo bang voor een leven zonder eetstoornis. Kon niet geloven dat ze het aan zou kunnen om te leven, dat ze kon dealen met al haar gevoelens. Alle angst, alle pijn, al het verdriet leken haar veel te veel om mee te kunnen omgaan. Ze wilde het wel. Dan hoefde ze tenminste niet meer te OVERleven en kon ze weer beginnen met haar LEVEN oppakken. Alleen wist ze niet hoe ze het zou moeten aanpakken.
Het was toch zoveel gemakkelijker om je weg te stoppen. Om te vluchten in je eetstoornis zodat je gevoelens verdoofd zouden worden. Dat het uiteindelijk niet zou helpen, wist ze zelf ook wel. Wat wél zou kunnen helpen wist ze niet. Toch begon Yentl opnieuw haar voedingsadvies te eten. Maar terwijl ze weer at, namen haar negatieve gedachten wel toe. Gedachten aan de dood, de wens zichzelf iets aan te doen omdat ze niet de moeite waard was en alles verkeerd deed...
 |